Hoe teken je een eendraadschema? (stap voor stap)
Een eendraadschema toont je hele elektrische installatie in één overzicht. Elke leiding wordt met één lijn getekend, hoeveel draden er ook in zitten. Samen met het situatieschema heb je het nodig voor de keuring.
Wat staat er op een eendraadschema?
- De voeding: de aansluiting van de netbeheerder, de teller en de hoofdbeveiliging.
- De aarding: de aardingsonderbreker en de aardelektrode.
- De differentieelschakelaars: de hoofddifferentieel en eventuele extra differentiëlen (bv. 30 mA voor de badkamer).
- De verdeelkast(en) met alle kringen. Elke kring krijgt een letter: A, B, C, …
- Per kring de automaat (bv. 2P C16A) en de kabel (bv. XVB 3G2,5).
- Per kring alle punten (stopcontacten, lichtpunten, schakelaars, toestellen) met hun volgnummer: A1, A2, A3, …
Stap voor stap
Begin bij de voeding
Teken bovenaan of links de aansluiting van de netbeheerder, de teller en de hoofdbeveiliging. Noteer de spanning (bv. 230 V of 3 × 400 V + N) en de kabel van de teller naar de verdeelkast.
Teken de hoofddifferentieel en de aarding
Na de teller komt de hoofddifferentieel. In een woning is dat meestal een differentieel van 300 mA. Teken ook de aardingsonderbreker en de aardelektrode.
Zet de kringen op een rij
Elke kring vertrekt van de rail van een differentieel. Geef de kringen een letter in volgorde: A, B, C, … Kringen die achter een extra differentieel zitten (bv. 30 mA voor badkamer, wasmachine en droogkast), teken je op de rail van die differentieel.
Kies per kring automaat en kabel
De automaat beschermt de kabel, dus ze horen bij elkaar. Gangbaar in een woning: 16 A met 1,5 mm² voor verlichting, 20 A met 2,5 mm² voor stopcontacten, en een eigen kring voor zware toestellen zoals kookplaat, oven, wasmachine, droogkast en vaatwasser. Noteer bij de kabel het type, het aantal geleiders en de sectie (bv. XVB 3G2,5).
Teken de punten en nummer ze
Teken op elke kring de punten in de volgorde waarin de kabel ze bereikt, en nummer ze: A1, A2, … Een schakelaar en het lichtpunt dat hij bedient, staan samen op één nummer. Een dubbel stopcontact telt als één punt. Hou je aan het maximum aantal stopcontacten per kring.
Vul het titelblok in
Adres van de installatie, naam van de installateur of eigenaar, datum en bladnummer. Bij een aanpassing zet je de nieuwe datum.
Vergelijk met het situatieschema
Elk punt op het eendraadschema moet op het situatieschema staan, met hetzelfde nummer, en omgekeerd. Dat is precies wat de keurder nakijkt.
Teken eerst op het situatieschema? Dat mag ook. Belangrijk is dat beide schema’s op het einde volledig overeenkomen.
Veelgemaakte fouten
- Een automaat die te groot is voor de kabel (bv. 20 A op 1,5 mm²).
- Nummers die niet overeenkomen met het situatieschema.
- Te veel stopcontacten op één kring.
- Badkamer of wasmachine niet achter een differentieel van 30 mA.
- Kabeltype of sectie niet vermeld.
- Een oud schema na een verbouwing dat niet meer klopt.
Sneller met Libbie
In Libbie kies je een kring en klik je de punten erbij. Letters en nummers lopen vanzelf, de automaat en de kabel krijgen een gangbare standaard die je met één klik aanpast, en Libbie waarschuwt als iets niet klopt. Teken je liever op het situatieplan? Dan tekent Libbie het eendraadschema mee.
Deze uitleg is algemeen en vervangt het AREI niet. Bij twijfel beslissen het AREI en het erkende keuringsorganisme. Bijgewerkt: oktober 2026.